Driehoeksverhouding in de fysiotherapie

Aharon

Fysiotherapie kan dieren met een ziekte of letsel weer snel op de been helpen. Eigenlijk werkt het net als bij mensen: ook een hond kan bij een abrupte beweging een spier scheuren, kan een hernia krijgen, of moet revalideren na een operatie. Zonder fysiotherapie was herstel veel pijnlijker en langzamer.

Massage, oefeningen en speciale apparatuur kunnen ook bij dieren de pijn verminderen en genezing bespoedigen. Het Fysiotherapeutisch revalidatie centrum voor dieren draait om een driehoeksverhouding. Een symbolische, weliswaar. In de driehoek staat het welzijn van uw dier centraal. De punten van de driehoek worden gevormd door de drie doelen die we nastreven, en die onderling nauw verbonden zijn:

f1

1. Pijn bestrijden

2. Leefomstandigheden aanpassen

3. Conditie verbeteren.

Later komen wij hierop terug. Eerst willen wij voor u de verschillende klachten van dieren, die in aanmerking komen voor fysiotherapie, op een rijtje zetten.

Dieren die kreupel lopen

  • Oudere honden die moeite hebben met opstaan; ze kunnen een gewrichts- of spierstijfheid hebben. Na enige beweging gaat het weer, maar oh! wat gaat het in het begin moeizaam ...
  • Honden die kreupel lopen na een valpartij, na een gevecht met een ander dier of, niet te vergeten, na een ongeluk. Ook kunnen ze zich verzwikt hebben met spelen of trainen.
  • Dieren die mank lopen omdat ze pijn hebben; ze proberen hun pijnlijke been te ontzien. Dat soort kreupelheden zie je ook bij jonge dieren wiens gewrichten niet helemaal in orde zijn, bij heupdysplasie en bij elleboog- en schouderproblemen (vaak door ontwikkelingsstoornissen in het gewricht).
  • Dieren die opeens tijdens het spelen, rennen of na een abrupte beweging een poot omhoog tillen en niet meer kunnen gebruiken. De oorzaak kan een verscheuring van een gewrichtsband zijn (bij voorbeeld van kruisbanden in de knie) of een plotselinge kramp in de spieren. Natuurlijk kan een scherp voorwerp of een verwonding ook kreupelheid veroorzaken, maar dat soort gevallen vallen buiten behandeling met fysiotherapie.
  • Er zijn dieren die kreupel lopen, maar waarvan de oorzaak van de kreupelheid onbekend is. Er is geen peil op te trekken: de ene keer zijn ze kreupel na inspanning, de andere keer juist na rust. Dan is het de ene poot, dan weer de andere. Er zijn röntgenfoto's gemaakt waar niets op te zien was, of de hond heeft rust moeten houden en heeft pijnstillers gekregen, maar behoudt de kreupelheid. Vaak vinden wij tijdens ons onderzoek een spierknoop (een verkrampt deel van een spier) die de oorzaak is voor de vage, onduidelijke kreupelheden.
  • Er zijn jonge honden die niet alleen kreupel, maar ook ongecoördineerd lopen; het lijkt wel alsof ze uit elkaar vallen. Het gaat dan om hypermobiele honden die teveel ruimte in hun gewrichten hebben, een verschijnsel dat vaak voorkomt bij jonge dieren van grote rassen zoals de Bordeaux dog, de Duitse dog maar ook bij de Bulldog.
  • Honden kunnen plotseling moeite hebben met traplopen of in de auto springen. Ze hebben mogelijk last van heupdysplasie of van pijn in de lage rug, die door een letsel of na een abrupte beweging duidelijk wordt.

Patiënten die een operatie aan de botten, gewrichten of spieren hebben ondergaan.

f2

Dieren kunnen diverse operaties ondergaan, zoals na een verscheuring van de kruisbanden in de knie of na een botbreuk. Jonge dieren die aan hun elleboog- of schoudergewricht worden geopereerd. Bij alle geopereerde dieren vindt revalidatie veel sneller plaats met fysiotherapie. De zwelling van de operatieplaats, na de operatie, het ongemak en de beperkte beweging van de geopereerde poot duren veel korter als zij de juiste behandeling krijgen.

Patiënten met een rughernia

Een deel van deze patiënten komt misschien nooit weer helemaal in orde. Een hernia kan zich per slot van rekening uiten als een dwarslaesie: de dieren laten urine en ontlasting lopen en zijn verlamd. Toch zijn er ook herniapatiënten die maar een deel van deze verschijnselen hebben: ze zijn zwak en hebben minder kracht in hun achter- of voorhand.

f3

Na de eerste uren waarin medicijnen essentieël zijn en misschien een operatie moet plaatsvinden zijn therapie, ondersteuning (letterlijk/figuurlijk) en revalidatie bijzonder belangrijk. Wij leren u hoe u zelf uw dier kunt masseren en krachtoefeningen kunt geven. Als het dier minder gevoelig is geworden voor prikkels (pijn, koud/warm) leren wij u hoe u dat gevoel kunt stimuleren. Bovendien overleggen wij met u hoeveel rust u het dier moet geven, omdat ook hier nuances belangrijk zijn. Uw dier moet gedoseerd rusten en er moet mee getraind worden omdat wij hem graag weer in conditie willen zien.

Patiënten met wonden

Sommige wonden sluiten niet met behulp van hechtingen; daar is de wond te groot voor (de 'gapende wonden'). Met fysiotherapie, zowel door massage als door het gebruik van apparatuur, versnellen wij de genezing en het herstel van het gewonde lichaamsdeel.

Patiënten met een verminderd prestatievermogen

f4

Sommige honden worden geacht om prestaties te leveren, zoals politiehonden, racehonden of jachthonden. Wanneer deze dieren verminderd presteren en dit te wijten is aan een verlaagde conditie kan uw hond ook baat hebben bij fysiotherapie. Door oefeningen, het samenstellen van een trainingsprogramma en het gebruik maken van een loopband komt uw hond gauw weer op zijn oude niveau.

Nu weet u, hopelijk, wanneer u een beroep, kan doen op fysiotherapie voor uw dier.

Hieronder lichten wij onze werkfilosofie nader toe. Met name de driehoeksverhouding binnen de fysiotherapie voor dieren. De drie pijlers van de fysiotherapiebehandeling zijn pijnbestrijding, aanpassing van de leefomstandigheden en conditieverbetering.

driehoek2


1. Pijn bestrijden

f5

We kunnen pijn bestrijden door gebruik te maken van de juiste fysiotherapeutische behandelingsvormen bijvoorbeeld spierkramp wegmasseren of behandelen met behulp van apparatuur, dieppijn bestrijden met electrotherapie en/of met medicijnen (soms is er een combinatie van fysiotherapie en pijnstillers nodig).

2. Aanpassing leefomgeving

Kleine aanpassingen kunnen het leven van uw dier in zijn eigen omgeving vergemakkelijken. We geven een paar voorbeelden:

  • als uw hond moeite heeft om in de auto te stappen,maakt u voor hem een opstapje.
  • als hij pijn heeft in zijn nek of voorhand neemt u een geschikt (correctie-) borsttuig.
  • als uw dier een poot ontlast hangt u een gewichtje om die poot.
  • als uw dier zwemt, volgt u de zweminstructies die wij u voorschrijven.
  • als het gevoel van een of van meerdere poten vermindert (vaak bij een zenuwuitval, hernia e.d.) zet u uw hond thuis regelmatig op een ruwe mat om prikkels te stimuleren en daarmee de gevoeligheid te verhogen.
  • als uw dier een zwakke achterhand heeft kunt u een buik-steunband aanschaffen om hem te helpen voort te bewegen. Speciale karretjes bestaan ook, maar worden minder vaak gebruikt.
  • als uw dier zijn ondervoet beschadigd heeft is het mogelijk om de voet in een speciaal sokje te zetten.
  • als uw dier moeite heeft met opstaan (na enkele minuten lopen gaat het weer) volgt u een oefenschema dat gericht is op slijtageproblemen (spieren aansterken, loop- en zwemoefeningen).
  • als uw dier gewend is aan een afwijkend looppatroon, leren wij u de afwijkingen te corrigeren met bijv. evenwichtsoefeningen of gewichten.

f6

f7

f8

Δ menu