uit: Clubblad van de Beauceronclub Nederland, 25e jaargang,
no.4, december 2002, p.14 t/m 16.
In april ’02 heb ik samen met mijn honden Mirelle en Racine het UV-examen gedaan. Een vrij intensieve training is aan deze uithoudingsproef vooraf gegaan. De honden lopen 20 kilometer naast de fiets en het ‘kilometervreten’ moet rustig worden opgebouwd. Opvallend is het onderlinge verschil tussen beide honden. Racine loopt licht als een veer, heeft een hoog tempo en moet meestal gedimd worden. Ze kan zelfs in een hoog tempo telgangen. Mirelle draaft bijna altijd. In vergelijk met Racine loopt ze zwaarder. Ze is wel een constante loper (een duurloper), maar heeft geen hoog tempo.
Nu weet ik dat haar loopklachten teruggaan naar deze UV-periode. Achteraf kan ik ook zeggen dat ze, meer dan normaal, moeite had met het tempo. Tijdens de training moest ze vaker aangemoedigd worden. Ik dacht dat ze er niet veel zin in had. En laten we eerlijk zijn: er is voor een hond ook niet veel te beleven, als hij aangelijnd naast de fiets loopt. Tijdens de normale dagelijkse wandeling van 1½ uur bemerkte ik niets bijzonders.
Na het UV-examen heb ik mijn 2x per week hardloopritme (5 km) opgepakt. Mirelle en Racine vergezellen me hierbij. In het begin valt me niets op. Na een paar weken merk ik dat Mirelle veel meer telgangt en moeite heeft met mijn tempo. Het telgangen begint ook op te vallen tijdens de normale wandeling. Uitzonderlijk is dat ze op het laatst van de wandeling zelfs achter mij gaat lopen. Normaliter is ze niet stuk te krijgen.
Ik begin langzaam te beseffen dat ik deze signalen niet meer kan negeren. Maar het is moeilijk te accepteren dat mijn hond al op 6 jarige leeftijd een loop- of rugprobleem heeft. Ik bedenk dat haar invulling van onze wandelingen ook niet zonder gevolgen kan blijven. Ze sjouwt met blikken, ballen, stokken of boomstammen. Hoe groter, hoe beter. Verder is ze verzot op ruwe trekspelletjes en geeft hierbij niet toe. ‘Doodschudden’ van een prooi is ook een geliefde bezigheid. Ze slaat zo hard dat ze zelfs omvalt. Onuitputtelijk wordt met een muizensprong elke prooi besprongen (bal of stuk hout) en weer verder geworpen en uiteraard weer besprongen, begraven of verder gesjouwd.
Maar nu is het anders. Ze is mat. Het energieke is weg. Ze gooit gemakkelijker de handdoek in de ring en geeft bijvoorbeeld op met het favoriete trekspelletje. Met het schaamrood op de kaken moet ik bekennen dat ik dit toch wel gemakkelijk vind. Het drammerige is eraf. Of zou ze pijn hebben? Het eerste dat ik bedenk is het aanpassen van de ruime mate van beweging (haar meer rust geven?). Niet meer meenemen met hardlopen en de lengte van de wandeling met de helft verminderen.
Als ik haar rug bevoel, voelt een bepaalde plek warm aan. Haar onderrug (overgang rug-bekken) voelt zelfs hard aan. Dit herken ik uit de rugpijn periodes van mijn vorige beaucerons. Deze klachten werden destijds opgelost met af een toe een acupunctuurbehandeling. Omdat mijn dierenarts vakantie heeft, geef ik haar een pijnstiller. Dan weet ik in ieder geval of Mirelle last heeft van haar rug. Een aantal uren na de eerste pijnstiller is me al duidelijk dat dit het geval is. Zelfs meer dan ik gedacht had. Acupunctuur volgt de pijnstiller op. Maar het effect is deze keer nihil. Op de dag van de acupunctuur zelfs een achteruitgang. Van één behandeling kun je niets zeggen, dus volgt een tweede behandeling. Weer geen verbetering.
Mijn dierenarts adviseert mij een afspraak te maken met orthomanueel dierenarts drs. D. Aharon. Ze is een dierenarts die gespecialiseerd is in orthomanuele therapie. Dit betekent letterlijk: met de handen bewerken. Deze methode is ontworpen en bedoeld om een afwijkende wervel- en gewrichtsstand te corrigeren. Volgens mw. Aharon komt ook vaak pijn in de nek, rug, voor- en achterhand voor. Kreupelheid, verlammingsverschijnselen, moeite met opstaan of traplopen en springen (bijv. in de auto) zijn volgens haar o.a. terug te voeren op een afwijkende stand van de wervels en gewrichten. De opzet van de behandeling is de standsafwijking op te heffen waardoor de stand van de wervelkolom normaal wordt en de functie van het zenuwstelsel zich kan herstellen. Een of twee behandelingen zijn vaak afdoende. Controle na drie maanden is zinvol. Na de behandeling is napijn normaal, deze pijn verdwijnt echter vrij snel, vaak binnen 48 tot 72 uur na de behandeling.
Mw. Aharon heeft geen ervaring met beaucerons (een goed teken?). Ze monstert Mirelle en constateert dat ze stram loopt, koehakkig is en rechts achter kreupel. Deze laatste bevinding deel ik niet. Ik probeer nog uit te leggen dat ze niet koehakkig maar panard is. Maar volgens mw. Aharon is ze koehakkig. En heeft Mirelle waarschijnlijk een lumbo-sacrale instabiliteit. Dit betekent dat de laatste wervel van de rug en de eerste wervel van het bekken (heiligbeen) niet op één lijn staan. Ook staan twee borstwervels scheef. Ze manipuleert Mirelle en zet de scheve wervels weer recht in de rij.
Voor mij als leek is dit toch moeilijk te vatten; het lijkt zo simpel en ik zie niets veranderen. De gedachte: ‘ja, ja, dit moet je toch maar geloven’, schiet nog door mijn hoofd. Ik hoor haar adviezen dan ook met de nodige scepsis aan. Onder andere: ‘een teckel maken’, d.w.z. op een speciale manier uitrekken. Ook een bijna zit-staan oefening en per dag 2x 10 minuten rechtlijnige beweging (lopen in een rechte lijn). Deze 2x10 minuten beweging lijkt mij voor Mirelle onmogelijk. Dit heb ik ook ongevraagd aangepast in 1x 10 en 1x30 minuten. Wel heb ik alle maffe spelletjes resoluut afgekapt. En ja hoor, de dag na de behandeling is het resultaat al merkbaar. Uit alles blijkt dat ze toch flink last heeft gehad. Na enkele dagen is ze ongeveer 70% verbeterd.
Er is na 14 dagen een vervolgafspraak gemaakt. Opnieuw wordt Mirelle gemonsterd. Ook mw. Aharon vindt dat Mirelle veel soepeler loopt en niet meer zo stram is. Van de kreupelheid is niets meer te zien. Ze constateert dat de behandelde wervels nog op zijn plaats staan, maar dat twee andere wervels niet geheel recht staan. Wederom worden deze gecorrigeerd. Deze blessure is waarschijnlijk het gevolg van een opdringerige labrador reu die teefverkrachten als hobby heeft. Het bewegingsschema mag langzaam uitgebreid worden. Ook het, zonder te trekken, naast de fiets lopen, is een goede oefening.
Mijn eigen dierenarts heeft na elke behandeling een verslag ontvangen over de gang van zaken. Zodoende weet ook zij, hoe de stand van zaken is. Dit is alleen maar prettig. Het is herfst als dit stukje wordt geschreven. Ik merk aan Mirelle (bijna) niets afwijkends meer. Misschien nog iets meer telgangen dan ik gewend was. Een wandeling van 4-5 uur gaat prima en ook met hardlopen zijn geen problemen. Voor nacontrole is een afspraak gemaakt.




